Waarom de meest dominante persoon in de kamer zich vaak het meest schaamt
"Jij weet ook niet alles."
Die reactie kreeg ik ooit van iemand die dicht bij me stond. Niet één keer, maar telkens wanneer ik iets rechtzette wat aantoonbaar niet klopte. Het ging dan bijvoorbeeld over natuurwetenschap: een 'weetje' van Instagram dat geen weetje was, maar onzin. (En laat ik nou nét natuur- en sterrenkunde hebben gestudeerd.) Toch kreeg niet Instagram de wind van voren, maar ik. De felheid stond in geen verhouding tot mijn opmerking, en ik begreep er destijds weinig van: waar kwam dit vandaan?
Pas veel later zag ik wat er waarschijnlijk gebeurde. Sindsdien kijk ik anders naar mensen die altijd gelijk moeten hebben —en naar de momenten waarop ik zelf zo reageer. Want de meest zelfverzekerde persoon in de kamer schaamt zich vaak het meest. In mijn blog over assertiviteit stipte ik het al aan: schaamte kan zich juist heel dominant uiten. Tijd om die belofte in te lossen.
Hoe kan schaamte zich uiten als dominantie?
Schaamte is zo'n onaangename emotie dat je er vrijwel automatisch van wegvlucht. Eén van de uitwegen: de pijn naar buiten richten. Aanvallen, kleineren, gelijk halen. Zolang de ander in de verdediging zit, hoef jíj niet te voelen wat er zonet werd geraakt. Wat eruitziet als een flinke dosis zelfvertrouwen, is dan in werkelijkheid een verdediging.
Even scherp wat ik hier met schaamte bedoel: het gevoel dat er iets mis is met jóu als persoon, niet alleen met wat je deed. (Het verschil tussen die twee heb ik uitgelegd in schaamte of schuld.)
Het verwarrende is dit: wie zo reageert, voelt op dat moment geen schaamte. Dat is geen toneelspel; het is precies waar de verdediging voor dient. Die is zó snel dat alleen de irritatie en de drang om te winnen tot je doordringen. Vergelijk het met je hand op een hete kookplaat: die is al weg vóórdat je 'heet' hebt gedacht.
Wat eruitziet als zelfvertrouwen, is soms de best getrainde verdediging tegen het gevoel niet goed genoeg te zijn.
Wat is het Kompas van Schaamte?
Het Kompas van Schaamte beschrijft de vier manieren waarop mensen onbewust met schaamte omgaan: terugtrekken, jezelf aanvallen, vermijden en de ander aanvallen. De Amerikaanse psychiater Donald Nathanson bracht ze in 1992 in kaart in zijn boek Shame and Pride. Letterlijk in kaart: hij tekende er een kompas bij, met op elke windrichting één uitweg.
Dezelfde pijn, vier vluchtroutes:
- Terugtrekken. Je maakt jezelf klein: stil worden in de vergadering, je terugtrekken uit het gesprek, het liefst even onzichtbaar zijn.
- Jezelf aanvallen. De pijn naar binnen richten: "Zie je wel. Je kunt het gewoon niet." De innerlijke criticus draait overuren.
- Vermijden. Het gevoel op afstand houden: een grap, een ander onderwerp, nóg een project erbij, doen alsof het je niks doet.
- De ander aanvallen. De pijn naar buiten richten: sneren, kleineren, koste wat kost gelijk halen. De verrassende richting, want van buiten ziet 'ie er op het eerste gezicht vaak uit als kracht.
De meeste mensen hebben een voorkeursrichting (al kun je er op één dag best meerdere gebruiken). Waar sta jij meestal? Grote kans dat je het antwoord al wist voordat je de vraag helemaal had gelezen.
Het kompas geldt overigens voor álle schaamte, van een ongemakkelijk moment op een feestje tot toxische schaamte. Het verschil zit in hoe vast de kompasnaald zit: hoe chronischer de schaamte, hoe sneller, heftiger en voorspelbaarder de uitweg.
De rest van dit stuk gaat over die vierde richting, want die wordt het minst herkend — door de omgeving én door de persoon zelf.
Hoe herken je verborgen schaamte achter dominant gedrag?
Bij anderen herken je het aan de verhouding tussen aanleiding en reactie. Een kleine kanttekening die een grote tegenaanval oplevert: ouch, daar werd iets geraakt. Denk aan de collega die feedback op z'n werk meteen terugkaatst met kritiek op het jouwe. De manager die nooit "dat weet ik niet" zegt, over geen enkel onderwerp. Of de persoon die "jij weet ook niet alles" inzet als schild tegen elke correctie.
Let ook op het verschil tussen wat ik rustige zekerheid en harde stelligheid noem. Rustige zekerheid kan tegen twijfel: "goeie vraag, dat zoek ik op" brengt 'm niet aan het wankelen. Harde stelligheid kan dat niet, omdat elke kanttekening voelt als een oordeel over de persoon. Het verschil zie je dus niet op de goede dagen; je ziet het op het moment dat er kritiek komt.
En bij jezelf? Dan is het signaal subtieler. Je merkt dat je van je afbijt op precies de momenten dat je je onzeker voelt. Dat je toon harder wordt naarmate je minder zeker bent van je zaak. Dat kritiek op je werk en kritiek op jou hetzelfde voelen. Niet omdat je een rotpersoon bent, maar omdat de verdediging sneller is dan jij.
Wat kun je doen als je jezelf hierop betrapt?
De eerste stap is klein. De volgende keer dat je in de verdediging schiet: pauzeer, en spoel één seconde terug. Wat voelde je vlak vóór de boosheid opkwam? Meestal zit daar een flits: betrapt. Dom gevonden. Niet goed genoeg. Die flits is de schaamte die je verdediging normaal zo netjes voor je wegwerkt.
Maak er vervolgens een klein onderzoekje van. Noteer een week lang na elk verdedigingsmoment twee dingen: wat was de aanleiding, en welke flits zat eronder? Schrijf het echt op, in je telefoon of op papier — 'onthouden' is precies het soort voornemen dat je na een dag alweer bent vergeten. Je hoeft er verder nog niks mee. Alleen al het opmerken maakt de reactie minder automatisch.
En onthoud waar die verdediging vandaan komt. Ooit was in de tegenaanval gaan de veiligste optie die je had; dat is geen karakterfout, dat is aangeleerd. En alles wat ooit is aangeleerd, kun je opnieuw trainen — deze keer richting iets wat je wél wat oplevert: rustig blijven staan zonder te hoeven winnen.
En de persoon uit mijn openingsverhaal? Ik kan niet in iemands hoofd kijken, dus zeker weten doe ik het niet. Maar "jij weet ook niet alles" klinkt me inmiddels heel anders in de oren. Niet als arrogantie, maar als iemand die zich betrapt voelde — en dat gevoel razendsnel over de schutting gooide, mijn kant op. Dat maakt de sneer niet oké. Wel begrijpelijker. En als je 'm bij jezelf herkent: menselijker.
Herken je dit patroon — hard worden op precies de momenten dat je je onzeker voelt — en wil je leren om rustig te blijven staan, zonder gevecht? Dan help ik je graag.
Veelgestelde vragen
Is dominant gedrag altijd een teken van verborgen schaamte?
Nee. Stellig of dominant(er) gedrag hoeft echt niet altijd op verborgen schaamte te wijzen. De vuistregel: kijk naar de verhouding tussen aanleiding en reactie, en naar wat er gebeurt bij kritiek. Hoe kleiner de aanleiding en hoe feller de tegenaanval, hoe groter de kans dat er schaamte onder zit.
Wat kan ik doen als ik dit herken bij mijn partner of collega?
Je kunt de verdediging van een ander niet laten zakken; dat doet iemand alleen zelf, en meestal pas als het veilig genoeg voelt voor die persoon. Wat wél kan: de aanval minder persoonlijk nemen. Die gaat meestal niet over jou, maar over wat er bij de ander wordt geraakt. En let op: begrip is geen vrijbrief voor grenzeloos gedrag. Sneren en kleineren mag je gewoon begrenzen, hoe begrijpelijk de bron ook is.
Moet ik iemand vertellen dat er schaamte onder dat gedrag zit?
Meestal niet, en zeker niet midden in een discussie. Een verdediging die je hardop benoemt, wordt eerst stérker verdedigd — je bewijst als het ware dat de aanval nodig was. Wat beter werkt: zelf rustig blijven, bij de inhoud blijven en het gesprek op een kalm moment voeren. Gaat het om jezelf? Dan is het benoemen juist de eerste stap.